donderdag 10 mei 2018

Hoofdstuk 42


Terwijl de groep een verwoed gevecht levert tegen dragonborn geesten die weigeren om dood te blijven, worstelt Nazhaar met een dilemma. Nu hij de zwarte schub verwijderd heeft, valt zijn kracht terug op het gewone niveau. Op deze manier kan hij Tao Feng toch helemaal niet aan? Hij ramt het ding terug op zijn plek, en onmiddellijk versmelt het zich met zijn huid. Versterkt gooit hij zich weer op de zwarte drakolich.

Tao Feng heeft inmiddels Varlock in zijn macht gekregen. De gehypnotiseerde dwergenprins valt Berlinden aan, maar komt gelukkig snel tot zichzelf. Wanneer Nazhaar bijna levensloos voor zijn voeten wordt gegooid, brengt hij hem fluks weer bij kennis.

Inmiddels zit Tao Feng niet stil. Hij verzamelt een groeiende bol gloeiende energie van giftige magie en stijgt op. De dreiging is duidelijk: als hij die laat vallen, wordt straks de hele kamer weggevaagd.

Nazhaar komt net op tijd bij kennis om zijn band met de zwarte drakolich te gebruiken. Hij slaagt erin om de bol te laten afbuigen, zodat die zonder schade aan te richten in zee terechtkomt. Tao Feng laat zich woedend op Nazhaar vallen, maar die is al druk bezig: hij kopieert het voorbeeld van de drakolich, en creëert een giftige bol energie.

Tao Feng zet nogmaals zijn hypnotische gave in, nu om Nazhaar in zijn macht te krijgen. Nazhaar aarzelt, en begint de controle over zijn bom te verliezen.

Chiara ziet het gevaar, en voelt de vlammende kracht in haar binnenste tot leven schieten bij dit acute gevaar. Ze grijpt als in trance haar boog, en daaruit schieten vlammen tevoorschijn, die transformeren tot een vuurdraak. Het wezen schiet naar voren, boort zich in de muil van Tao Feng, en verbrandt de drakolich in één klap tot as… alleen een zwarte schaduw op de muur resteert nog…

Berlinden voelt de namen op zijn borst weer veranderen… alleen ‘Nazhaar’ staat daar nu nog opgelijst. Hij beschouwt met een gevoel van moedeloosheid de drakenman. Had hij die vervloekte schub niet kunnen weggooien, of liever nog: vernietigen?

De gevangenenopstand is inmiddels zijn hoogtepunt aan het bereiken. Her en der stormen gevangenen richting zee, op zoek naar bootjes waarmee ze kunnen vluchten. En verderop ligt, als een verlokkelijke prooi, de Jalan Vashir… De groep moet het schip snel weer bereiken, om het veilig te stellen. Varlock kan Neptulon echter pas de volgende dag weer oproepen.

Alítih zet haar magie in om het water begaanbaar te maken, en vormt een pad waarover ze snel naar het schip kunnen rennen. Boven hun hoofd passeert een donkere schaduw: een gigantische ijzeren draak, geflankeerd door kleinere figuren, is op weg naar het eiland, dat na het verscheiden van Barazat immers geen draak meer heeft.



Nazhaar voelt zich enerzijds niet al te slecht na zijn belevenissen: zijn vleugels doen het weer. Anderzijds voelt hij een vreemde gewaarwording rondom de zwarte schub. Zijn vlees en huid worden steeds kouder, levenslozer… alsof iets het leven uit hem zuigt.

Wanneer Berlinden zijn zorgen met Alítih deelt, bevestigt de tovenares dat er iets niet goed zit. De schub is verbonden met de levenskracht van Tao Feng. Het kan maximaal een paar dagen duren, voor die Nazhaar helemaal overneemt.

Alítih doorzoekt de boeken die ze uit de schemersmidse heeft meegenomen, maar kan niet veel alternatieven vinden. Ze kunnen besluiten om Nazhaar – en zo misschien in één klap ook Tao Feng – uit te schakelen. Ze kunnen het erop aan laten komen, en hopen dat de kapitein sterk genoeg is om de geest van een draak te weerstaan… Of er is een laatste, grimmige optie: Nazhaar kan zijn eigen geest overhevelen naar een geschikt, ander lichaam – dat van zijn broer Nozark, die ze net hebben gered…

Een raaf krast onheilspellend terwijl Alítih Nazhaar zijn opties voorlegt. De kapitein staart somber over de golven. Het leven van zijn broer stelen? Nee. Maar wat dan…?

Na een blik op Berlinden schotelt Alítih hem een laatste optie voor: als Nazhaar een van de zaden van Grauwe Oogst inneemt, dan overkomt hem wellicht wat ook Fáelán overkomen is: hij zou een wilden worden. Hoeveel er van ‘Nazhaar’ zou overblijven, valt echter niet te zeggen… en al evenmin of het zou werken, met de zwarte schub als deel van de vergelijking.

Nazhaar zucht diep. Het lijkt alsof zijn leven een onafwendbare koers heeft aangenomen toen hij de opstand op zijn schip niet kon beteugelen. En hoe hard hij ook probeert, er lijkt geen manier te zijn om die te wijzigen… Hij strijkt over de zwarte schub, die zich nu diep met hem verbonden heeft. Wat voor keuze moet hij maken…?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten