Terwijl de groep een verwoed gevecht levert tegen dragonborn
geesten die weigeren om dood te blijven, worstelt Nazhaar met een dilemma. Nu
hij de zwarte schub verwijderd heeft, valt zijn kracht terug op het gewone
niveau. Op deze manier kan hij Tao Feng toch helemaal niet aan? Hij ramt het
ding terug op zijn plek, en onmiddellijk versmelt het zich met zijn huid.
Versterkt gooit hij zich weer op de zwarte drakolich.
Tao Feng heeft inmiddels Varlock in zijn macht gekregen. De
gehypnotiseerde dwergenprins valt Berlinden aan, maar komt gelukkig snel tot
zichzelf. Wanneer Nazhaar bijna levensloos voor zijn voeten wordt gegooid,
brengt hij hem fluks weer bij kennis.
Inmiddels zit Tao Feng niet stil. Hij verzamelt een
groeiende bol gloeiende energie van giftige magie en stijgt op. De dreiging is
duidelijk: als hij die laat vallen, wordt straks de hele kamer weggevaagd.
Nazhaar komt net op tijd bij kennis om zijn band met de
zwarte drakolich te gebruiken. Hij slaagt erin om de bol te laten afbuigen,
zodat die zonder schade aan te richten in zee terechtkomt. Tao Feng laat zich
woedend op Nazhaar vallen, maar die is al druk bezig: hij kopieert het
voorbeeld van de drakolich, en creëert een giftige bol energie.
Tao Feng zet nogmaals zijn hypnotische gave in, nu om
Nazhaar in zijn macht te krijgen. Nazhaar aarzelt, en begint de controle over
zijn bom te verliezen.
Chiara ziet het gevaar, en voelt de vlammende kracht in haar
binnenste tot leven schieten bij dit acute gevaar. Ze grijpt als in trance haar
boog, en daaruit schieten vlammen tevoorschijn, die transformeren tot een
vuurdraak. Het wezen schiet naar voren, boort zich in de muil van Tao Feng, en
verbrandt de drakolich in één klap tot as… alleen een zwarte schaduw op de muur
resteert nog…
Berlinden voelt de namen op zijn borst weer veranderen…
alleen ‘Nazhaar’ staat daar nu nog opgelijst. Hij beschouwt met een gevoel van
moedeloosheid de drakenman. Had hij die vervloekte schub niet kunnen weggooien,
of liever nog: vernietigen?
De gevangenenopstand is inmiddels zijn hoogtepunt aan het
bereiken. Her en der stormen gevangenen richting zee, op zoek naar bootjes
waarmee ze kunnen vluchten. En verderop ligt, als een verlokkelijke prooi, de
Jalan Vashir… De groep moet het schip snel weer bereiken, om het veilig te
stellen. Varlock kan Neptulon echter pas de volgende dag weer oproepen.
Alítih zet haar magie in om het water begaanbaar te maken,
en vormt een pad waarover ze snel naar het schip kunnen rennen. Boven hun hoofd
passeert een donkere schaduw: een gigantische ijzeren draak, geflankeerd door
kleinere figuren, is op weg naar het eiland, dat na het verscheiden van Barazat
immers geen draak meer heeft.
Nazhaar voelt zich enerzijds niet al te slecht na zijn
belevenissen: zijn vleugels doen het weer. Anderzijds voelt hij een vreemde
gewaarwording rondom de zwarte schub. Zijn vlees en huid worden steeds kouder,
levenslozer… alsof iets het leven uit hem zuigt.
Wanneer Berlinden zijn zorgen met Alítih deelt, bevestigt de
tovenares dat er iets niet goed zit. De schub is verbonden met de levenskracht
van Tao Feng. Het kan maximaal een paar dagen duren, voor die Nazhaar helemaal
overneemt.
Alítih doorzoekt de boeken die ze uit de schemersmidse heeft
meegenomen, maar kan niet veel alternatieven vinden. Ze kunnen besluiten om
Nazhaar – en zo misschien in één klap ook Tao Feng – uit te schakelen. Ze
kunnen het erop aan laten komen, en hopen dat de kapitein sterk genoeg is om de
geest van een draak te weerstaan… Of er is een laatste, grimmige optie: Nazhaar
kan zijn eigen geest overhevelen naar een geschikt, ander lichaam – dat van
zijn broer Nozark, die ze net hebben gered…
Een raaf krast onheilspellend terwijl Alítih Nazhaar zijn
opties voorlegt. De kapitein staart somber over de golven. Het leven van zijn broer
stelen? Nee. Maar wat dan…?
Na een blik op Berlinden schotelt Alítih hem een laatste
optie voor: als Nazhaar een van de zaden van Grauwe Oogst inneemt, dan overkomt
hem wellicht wat ook Fáelán overkomen is: hij zou een wilden worden. Hoeveel er
van ‘Nazhaar’ zou overblijven, valt echter niet te zeggen… en al evenmin of het
zou werken, met de zwarte schub als deel van de vergelijking.
Nazhaar zucht diep. Het lijkt alsof zijn leven een
onafwendbare koers heeft aangenomen toen hij de opstand op zijn schip niet kon
beteugelen. En hoe hard hij ook probeert, er lijkt geen manier te zijn om die
te wijzigen… Hij strijkt over de zwarte schub, die zich nu diep met hem
verbonden heeft. Wat voor keuze moet hij maken…?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten