dinsdag 9 januari 2018

Hoofdstuk 37

De verkenning van de Schemersmidse wordt verdergezet.
Chiara stuurt Omajenko op voorverkenning en leidt hen door een vertrek waarin tien standbeelden staan opgesteld: keizers van het Dragovar Keizerrijk. De recentere beelden zijn duidelijk sterk geïdealiseerd, maar eerdere beelden lijken vrij levensgetrouw. Nazhaar moet tot zijn spijt vaststellen dat de kloeke kaaklijn van de eerste keizer toch echt niet op de zijne lijkt.
Wanneer Chiara een volgende deur op een kiertje opentrekt, ziet ze vier kaartende figuren zitten. Nazhaar gluurt balorig over haar schouder – zijn kaaklijn is absoluut keizerlijk en daarmee uit – en brult van woede wanneer hij de kaartspelers herkent. De verraders! De muiters! Hij stormt naarbinnen en klieft er een met zijn bijl doormidden. Chiara heeft niet veel keus, behalve hem bijstaan. Ze hakt er meteen een zijn hoofd af, en Alítih velt met een magische schicht nummer drie. Varlock slaat de derde wijselijk alleen bewusteloos: iemand ondervragen, kan wel nuttig zijn in dit labyrint.
Nazhaar hangt de man zonder veel consideratie aan zijn enkels op en brengt hem hardhandig bij bewustzijn. Het resultaat laat zich voorspellen: de kerel gilt als een zwijn dat gekeeld wordt om Taazhon. Meteen vliegen de kruisboogschichten de groep om de oren en meer matrozen snellen toe.
Chiara laat haar pijlen vliegen en de groep stelt zich teweer, maar dan stampt Taazhon in hoogsteigen persoon de deur open. Hij daagt Nazhaar uit voor een tweegevecht, en stuurt intussen zijn havik op de groep af.
De matrozen – niet zo bekend met het woord ‘eer’ – zien hun kans schoon om zich ook op Nazhaar te storten, maar dat laten zijn strijdmakkers niet gebeuren. Berlinden en Varlock slagen erin om de groep weg te trekken van de ex-kapitein die in een verwoed gevecht verwikkeld raakt met zijn luitenant van eertijds. Chiara vuurt haar pijlen af, en Alítih concentreert haar wil op de havik van Taazhon: ze slaagt erin om het beest met zijn metalen klauwen tegen hun tegenstanders te richten.
Achter een deur klinkt intussen luidruchtig gebonk: hulp of nog meer tegenstand? Een aantal matrozen doen ijverig hun best om de rommel voor de deur weg te ruimen – geen goed nieuws. Een nieuwe speler mengt zich in de strijd: weerwolf Ferrence. Hij verspilt geen tijd en werpt zich meteen op Alítih, die te afgeleid is om de realiteit om haar heen nog te zien.
De weerwolf takelt de tovenares lelijk toe, en stort zich dan op Berlinden en Varlock, die het beest proberen terug te dringen, maar ook een paar stevige knauwen te verwerken krijgen. Inmiddels stuurt Taazhon zijn havik weg met een koker die er geheimzinnig uitziet… en begint er zelf steeds minder fleurig uit te zien. Hij begint achteruit te deinzen en poogt te onderhandelen met Nazhaar. Hij heeft een brief voor hem, die hij ongetwijfeld wil…
Nazhaar heeft daar geen oren naar: met een rood waas voor zijn ogen spuwt hij zijn zure drakenadem in het rond en hakt en klieft er met zijn bijl op los. Taazhon verscheurt woedend de brief, en stelt zich met zijn laatste krachten teweer, maar het mag niet baten – geveld stort hij neer en zijn bloed bevlekt de snippers van de brief. 
Ietwat ontnuchterd staart Nazhaar naar de brief: die was hoogstwaarschijnlijk van zijn broer. Wat heeft hij gemist? Gelukkig heeft hij een tovenares in het gezelschap, die vast even met haar vingers kan wapperen om de brief magisch weer in elkaar te zetten. Toch?
De tovenares in kwestie is er niet al te best aan toe. Ze ligt bloedend op de grond, terwijl de besmetting van de weerwolf in haar aderen rondraast. Varlock en Berlinden voeren een verbeten strijd, en Chiara vuurt pijl na pijl op de weerwolf af… die langzamerhand gepikeerd raakt door die behandeling. Net wil hij zich op de boogschietende halfelf storten… als Nazhaar komt aangestormd. Met drie man sterk weten ze de weerwolf te bedwingen en een eind aan zijn bestaan te maken.

Wanneer Alítih is bijgebracht – met helende magie en de dringende vraag onmíddellijk iets aan een verscheurde brief te doen – doorzoeken ze de vertrekken. Nazhaar vindt in de koker een fles waarin een levensecht miniatuur-galjoen drijft… zonder naam. Hij herinnert zich nu dat zijn broer eerder vertelde dat er een beloning naar hem op weg was. Dit moet het pakket zijn dat uit het postkantoor gestolen was. Wat zou de betekenis van dit scheepje zijn…?
Varlock treft inmiddels ook een onverwachte schat. De dwergenprins vindt in een maliënzakje een steen met roze glans, die hij onmiddellijk herkent als van grote waarde. Toch houdt hij zich stil. Hij laat Nazhaar de aandacht trekken met zijn brief en zijn galjoen, en moffelt zijn vondst snel weg. Pas wanneer ze allen in hun vertrekken zijn teruggekeerd, en hij daar een nieuwe standaard aantreft, waarop precies een steenbrok past, neemt hij de tijd om deze bijzonderheid rustig te beschouwen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten