Chiara en Nazhaar komen eindelijk weer tevoorschijn uit hun
kamers. Ze zeggen de hele tijd geslapen te hebben, maar het lijkt alsof er meer
gebeurd is. Nazhaar ziet er geschrokken uit. Chiara is subtiel maar ingrijpend
veranderd: haar rossige lokken zijn een vurig rood geworden, en telkens wanneer
ze haar hoofd beweegt, creëert ze kleine vonkjes.
Wanneer de rest van de groep vraagt wat er is gebeurd, doet
Nazhaar er aanvankelijk het zwijgen toe. Zo niet Chiara. Wat ze in haar droom
heeft gezien, heeft slapende herinneringen gewekt, en ze stijgen haar naar de
lippen.
De droom van Chiara ~
Vijf jonge halfelf-kinderen bevinden zich in de donkere krochten van een Shan Cabal-bolwerk. Onder hen een rossig meisje: Chiara. Links van haar weet ze Radam, en Sofaya. Rechts zijn Wiwikè en Baroma vastgeketend. Ze hangen boven grote urnen, die de as van grote drakenmagiërs van weleer bevatten en jammeren zachtjes.
De droom van Chiara ~
Vijf jonge halfelf-kinderen bevinden zich in de donkere krochten van een Shan Cabal-bolwerk. Onder hen een rossig meisje: Chiara. Links van haar weet ze Radam, en Sofaya. Rechts zijn Wiwikè en Baroma vastgeketend. Ze hangen boven grote urnen, die de as van grote drakenmagiërs van weleer bevatten en jammeren zachtjes.
Een wetenschapper
bekijkt hen kil. Dat halfelf-uitschot blijkt dan toch helemáál nergens goed
voor, of zo lijkt het. Het vorige experiment is volledig mislukt. Misschien
iets met de afstelling van zijn komforen… Hij verandert en verschuift dingen,
en zet het experiment dan in werking.
Een aswolk verspreidt zich door de hele kamer. Alweer mislukt! Of niet? Bij die kleine rosse lijkt er iéts te zijn gebeurd…
Zijn gedachten worden doorbroken wanneer een kleine, maar goedbewapende groep het laboratorium binnenvalt. Ridders van Ardeyn, onder leiding van Erano Stern, vallen de kamer binnen. In het tumult en de verwarring die ontstaan, slagen ze erin om drie kinderen los te maken.
De Shan Cabal-bewakers stormen echter toe en verhinderen hen om ook de rest te bevrijden. De kleine halfelf bij wie het experiment iets teweeg heeft gebracht, is te kostbaar om op het spel te zetten. Terwijl een deel van de Ridders de aftocht dekt, grijpen Erano en een van zijn mannen de kinderen, en trachten met hen te ontkomen.
De gangen zijn echter een warboel. Hun achtervolgers halen hen in. Alleen Chiara ziet op een gegeven moment licht in het duister – letterlijk. Een klein vlammetje wenkt haar. Ze weet haar redders ervan te overtuigen dat zij de weg naar buiten kent, en ze geven gehoor aan haar kreten.
Een woeste achtervolging eindigt bij gesloten deuren. De Ridders draaien zich om voor een laatste stellingname, in de hoop dat iemand de deuren tijdig openkrijgt. Chiara, die haar kwelgeesten ziet komen, voelt in haar binnenste een razend vuur opborrelen. Een steekvlam schiet uit haar tevoorschijn en verpulvert de toesnellende bewakers, samen met een Ridder die haar verdedigde.
Chiara ziet het niet eens. Ze luistert naar de vriendelijke stem van een vlam die de vorm van een omaatje heeft aangenomen. ‘Ik heb veel van je zielenvuur gebruikt, kind, maar ik blijf bij je. Geef mij vorm als je weer ontwaakt.’
De groep kijkt gefascineerd toe wanneer Chiara demonstreert wat al die jaren in haar lag te wachten, op het moment dat ze de herinnering zou hervinden, op het moment dat haar zielenvuur weer zou ontwaken. Ze roept een vlammetje tevoorschijn, dat naar haar wil de vorm van een draakje, of van een vriendelijk vrouwtje aanneemt.
Varlock besluit dat hij óók een huisdier wil, en doet een nieuwe poging om de beer, Murtabi, te bewegen om zijn vriendschap te aanvaarden. Hij komt echter van een kale reis thuis: beren temmen is geen sinecure. Toch is de kroonprins der dwergen vastbesloten het niet zo makkelijk op te geven.
Daarna vindt Alítih het welletjes geweest met zijpaden: naar de bibliotheek. Nu! De groep stemt in en al gauw staan ze voor de deur van ‘Ariana Karavakos – meesteresse van Kennis en Magie’. De groep doorzoekt de bibliotheek, maar komt tot een ontnuchterende vaststelling: een groot deel van de boeken is leeg. De kennisvretende wezens zijn hier duidelijk aan het werk geweest.
Berlinden en Varlock gooien de deuren open die leiden naar de vertrekken van Ariana Karavakos. Heeft zij er soms iets mee te maken?
De werkelijkheid blijkt verrassend anders. De groep komt door een kamer die bekroond wordt door een koepel waarin een sterrenhemel is geschilderd. ‘Een ring van sterren markeert de sleutel van kennis’ is als een spreuk daaronder aangebracht. Wanneer ze een volgende kamer instappen, treffen ze daar een verwarde oudere dame, die duidelijk in de greep van een kennisvreter verkeert, die luguber vriendelijk haar schouders masseert.
Nazhaar valt de kennisvreter aan, de rest van de groep probeert deze splinter van Kara’Vakasta uit te schakelen voor ze weer tot zichzelf is gekomen. Maar verzwakt of niet, Ariana Karavakos heeft nog steeds haar magie om haar te verdedigen.
Abrupt bevindt de groep zich weer in de bibliotheek. Tot hun verbijstering zien ze tegenover zich een identieke versie van zichzelf, een spiegelbeeld dat alles exact herhaalt. Varlock ondervindt meteen dat een aanval alleen maar tot gevolg heeft dat hij zelf ook schade oploopt, en bovendien ook weer aangevallen wordt. Chiara klimt op een kast en tracht zichzelf onbereikbaar te maken, maar wordt door haar spiegelbeeld achternagezeten. Nazhaar wil een spiegelbeeld van iemand anders aanvallen, maar weet ineens niet meer zeker wie echt is en wie niet.
Alítih probeert koortsachtig de magie van de spreuk te doorgronden. Ze ziet de rest van de groep diverse tactieken uitproberen en krijgt het vermoeden dat alleen Varlock intuïtief de juiste weg heeft gevonden – hij heeft zonet zichzelf een klap met zijn schild verkocht. De rest van de groep heeft het zwaar te verduren, en ze krijgt het sterke vermoeden dat deze magie een offer eist. Ze denkt er niet te lang over na, en richt haar destructieve magie op zichzelf.
De groep kijkt verrast op wanneer hun spiegelbeelden in rook opgaan. Alítih ligt schijnbaar levenloos op de grond. Terwijl Berlinden en Nazahaar hun uiterste best doen om haar van de rand van de dood terug te halen, komt Ariana naar buiten. Ze neemt de situatie in ogenschouw en slaakt een diepe, vermoeide zucht. Haar leven hier is een last geworden. Vrijwillig geeft ze de sleutel af, en verdwijnt.
Het scheelt niet veel of Alítih gaat haar achterna, maar tenslotte dringen de magisch gesterkte woorden van Nazhaar tot haar door. Ze slaat haar ogen op en ziet de tweede sleutel op de handpalm van Chiara liggen. Hun queeste begint vrucht af te werpen.
Een aswolk verspreidt zich door de hele kamer. Alweer mislukt! Of niet? Bij die kleine rosse lijkt er iéts te zijn gebeurd…
Zijn gedachten worden doorbroken wanneer een kleine, maar goedbewapende groep het laboratorium binnenvalt. Ridders van Ardeyn, onder leiding van Erano Stern, vallen de kamer binnen. In het tumult en de verwarring die ontstaan, slagen ze erin om drie kinderen los te maken.
De Shan Cabal-bewakers stormen echter toe en verhinderen hen om ook de rest te bevrijden. De kleine halfelf bij wie het experiment iets teweeg heeft gebracht, is te kostbaar om op het spel te zetten. Terwijl een deel van de Ridders de aftocht dekt, grijpen Erano en een van zijn mannen de kinderen, en trachten met hen te ontkomen.
De gangen zijn echter een warboel. Hun achtervolgers halen hen in. Alleen Chiara ziet op een gegeven moment licht in het duister – letterlijk. Een klein vlammetje wenkt haar. Ze weet haar redders ervan te overtuigen dat zij de weg naar buiten kent, en ze geven gehoor aan haar kreten.
Een woeste achtervolging eindigt bij gesloten deuren. De Ridders draaien zich om voor een laatste stellingname, in de hoop dat iemand de deuren tijdig openkrijgt. Chiara, die haar kwelgeesten ziet komen, voelt in haar binnenste een razend vuur opborrelen. Een steekvlam schiet uit haar tevoorschijn en verpulvert de toesnellende bewakers, samen met een Ridder die haar verdedigde.
Chiara ziet het niet eens. Ze luistert naar de vriendelijke stem van een vlam die de vorm van een omaatje heeft aangenomen. ‘Ik heb veel van je zielenvuur gebruikt, kind, maar ik blijf bij je. Geef mij vorm als je weer ontwaakt.’
De groep kijkt gefascineerd toe wanneer Chiara demonstreert wat al die jaren in haar lag te wachten, op het moment dat ze de herinnering zou hervinden, op het moment dat haar zielenvuur weer zou ontwaken. Ze roept een vlammetje tevoorschijn, dat naar haar wil de vorm van een draakje, of van een vriendelijk vrouwtje aanneemt.
Varlock besluit dat hij óók een huisdier wil, en doet een nieuwe poging om de beer, Murtabi, te bewegen om zijn vriendschap te aanvaarden. Hij komt echter van een kale reis thuis: beren temmen is geen sinecure. Toch is de kroonprins der dwergen vastbesloten het niet zo makkelijk op te geven.
Daarna vindt Alítih het welletjes geweest met zijpaden: naar de bibliotheek. Nu! De groep stemt in en al gauw staan ze voor de deur van ‘Ariana Karavakos – meesteresse van Kennis en Magie’. De groep doorzoekt de bibliotheek, maar komt tot een ontnuchterende vaststelling: een groot deel van de boeken is leeg. De kennisvretende wezens zijn hier duidelijk aan het werk geweest.
Berlinden en Varlock gooien de deuren open die leiden naar de vertrekken van Ariana Karavakos. Heeft zij er soms iets mee te maken?
De werkelijkheid blijkt verrassend anders. De groep komt door een kamer die bekroond wordt door een koepel waarin een sterrenhemel is geschilderd. ‘Een ring van sterren markeert de sleutel van kennis’ is als een spreuk daaronder aangebracht. Wanneer ze een volgende kamer instappen, treffen ze daar een verwarde oudere dame, die duidelijk in de greep van een kennisvreter verkeert, die luguber vriendelijk haar schouders masseert.
Nazhaar valt de kennisvreter aan, de rest van de groep probeert deze splinter van Kara’Vakasta uit te schakelen voor ze weer tot zichzelf is gekomen. Maar verzwakt of niet, Ariana Karavakos heeft nog steeds haar magie om haar te verdedigen.
Abrupt bevindt de groep zich weer in de bibliotheek. Tot hun verbijstering zien ze tegenover zich een identieke versie van zichzelf, een spiegelbeeld dat alles exact herhaalt. Varlock ondervindt meteen dat een aanval alleen maar tot gevolg heeft dat hij zelf ook schade oploopt, en bovendien ook weer aangevallen wordt. Chiara klimt op een kast en tracht zichzelf onbereikbaar te maken, maar wordt door haar spiegelbeeld achternagezeten. Nazhaar wil een spiegelbeeld van iemand anders aanvallen, maar weet ineens niet meer zeker wie echt is en wie niet.
Alítih probeert koortsachtig de magie van de spreuk te doorgronden. Ze ziet de rest van de groep diverse tactieken uitproberen en krijgt het vermoeden dat alleen Varlock intuïtief de juiste weg heeft gevonden – hij heeft zonet zichzelf een klap met zijn schild verkocht. De rest van de groep heeft het zwaar te verduren, en ze krijgt het sterke vermoeden dat deze magie een offer eist. Ze denkt er niet te lang over na, en richt haar destructieve magie op zichzelf.
De groep kijkt verrast op wanneer hun spiegelbeelden in rook opgaan. Alítih ligt schijnbaar levenloos op de grond. Terwijl Berlinden en Nazahaar hun uiterste best doen om haar van de rand van de dood terug te halen, komt Ariana naar buiten. Ze neemt de situatie in ogenschouw en slaakt een diepe, vermoeide zucht. Haar leven hier is een last geworden. Vrijwillig geeft ze de sleutel af, en verdwijnt.
Het scheelt niet veel of Alítih gaat haar achterna, maar tenslotte dringen de magisch gesterkte woorden van Nazhaar tot haar door. Ze slaat haar ogen op en ziet de tweede sleutel op de handpalm van Chiara liggen. Hun queeste begint vrucht af te werpen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten