Voor de avonturiers ook maar iets kunnen doen, is het proces voltooid: vrouw en golem zijn een geworden. De ogen van de golem beginnen rood te gloeien, en tegelijk wordt er een vortex geactiveerd in de kamer. Het krachtveld destabiliseert de kamer en in een richting bewegen blijkt razend moeilijk.
Berlinden en Chiara laten zich echter niet ontmoedigen. Wanneer de ranger concludeert dat ze helaas écht niet bovenop een obelisk zal kunnen klimmen, richt ze dan maar zo haar boog. De wilden stormt op Kara’Vakasta de golem af, die echter vervaarlijk zwaait met reusachtige kettingen.
Alítih gaat inmiddels poolshoogte nemen bij de obelisken. Ze beseft dat hun opdracht veel vergemakkelijkt zal worden als het krachtveld dat ze genereren verbroken wordt, maar heeft de tijd niet om uit te zoeken hoe hun werking te stoppen. Dan blijft de simpele methode: ze moeten omver.
Dat blijkt niet zo simpel als gedacht. Varlock en Nazhaar
proberen vergeefs dicht genoeg bij een obelisk te komen, maar worden keer op
keer weggetrokken door het krachtveld. Inmiddels verzamelt Kara’Vakasta haar
krachten en laat sonische pulsen door de kamer gaan.
Varlock verandert uiteindelijk van tactiek en voert een
charge uit op Kara’Vakasta. Hij weet een stuk van de golem los te hakken en
bloed en olie lekken uit het wezen. Berlinden gebruikt zijn magie om de kamer
te laten beven, en Nazhaar springt meteen toe: hij weet een van de nu wankelende
obelisken omver te gooien.
Het krachtveld verdwijnt. Wanneer Alítih probeert om Kara’Vakasta
te vangen in een magische duisternis, vuurt ze een bundel geconcentreerd licht
op de tovenares af, die noodgedwongen de wijk moet nemen. Berlinden, Nazhaar en
Varlock rukken echter onverstoord op, nu ze niet meer worden gehinderd door de
kracht van de vortex. Hoewel de golem nog woest om zich heen maait, laat het
eind niet lang op zich wachten: Nazhaar en Berlinden voeren hun aanval van twee
kanten op, tot de wilden uiteindelijk de fatale klap aan het metalen monster
kan uitdelen.
De kamer lijkt te kantelen.
De verbinding met de rest van de schemersmidse herschikt zich, en de groep
vindt makkelijk het portaal dat hen naar de Nexus terugbrengt.
Maar vooraleer ze gaan, treffen ze tussen de puinhopen
van het fragment van Kara’Vakasta een sleutel, waarop geschreven staat: ‘Ik ben
de nacht’.
Vyrellis kijkt met een mengeling van triomf en
droefgeestigheid naar het resultaat van het gevecht. Het deel van de ziel van
haar zuster dat bestond uit machtswellust en dominantie, is uitgeschakeld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten