zaterdag 1 april 2017

Hoofdstuk 26

Wanneer de groep de kamer van de ondoden nader onderzoekt, zien ze dat de tafel in de kamer is volgekrast met woorden, zinnen die eindeloos worden herhaald:

Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoo

Ze herkennen deze mantra als degene die ook de bezeten ketenkrijgers van de Shadar-Qai bleven prevelen.

Voorzichtig wordt de verkenning van deze verdieping van de schemersmidse verdergezet. Een kreet van ontzetting en verlangen klinkt uit de glazen bol in Alítihs hand wanneer ze de volgende kamer betreden. Vier met runen bezette obelisken genereren een krachtveld dat een lichaam in de lucht laten zweven: het lichaam van een vrouwelijke eladrin krijger… zonder hoofd. Vyrellis vraagt hen dringend om haar lichaam te bevrijden: eens ze dat terugheeft, zal ze hen nog zoveel beter kunnen helpen bij het vernietigen van haar zus.
Na een mislukte poging om het krachtveld te verstoren met een schild – wat uitloopt op een zachtjes gegrilde dwerg – besluit de groep om een obelisk omver te duwen. Dat heeft het gewenste effect: zodra de obelisk in stukken breekt, worden de spreuken die het krachtveld in stand hielden verbroken. Het lichaam valt op de grond.
Wanneer Alítih de glazen bol met het hoofd van Vyrellis naar het lichaam brengt, gebeurt er iets bizars: de bol lijkt naar het lichaam toe getrokken te worden en landt met een klap in de borst, waar het naarbinnen verdwijnt. Even later begint het lichaam te bewegen, en de stem van Vyrellis klinkt eerst tevreden, maar daarna paniekerig. De bewegingen van het lichaam worden schokkerig, en het wordt duidelijk dat ze het niet onder controle heeft. De groep kan niet anders dan zich verbijsterd verdedigen wanneer ze door het hoofdloze lichaam worden aangevallen.
Een vreemd gevecht ontspint zich. Vyrellis tracht de groep te waarschuwen, telkens wanneer haar lichaam een beroep doet op haar krachten, maar slaakt ook kreten van pijn wanneer ze geraakt wordt. Varlock, Nazhaar en Berlinden stormen naar het lichaam toe en proberen het op de grond te werken om de glazen bol er weer uit te rukken. Het lichaam creëert echter keer op keer magisch opgewekte schokgolven die hen als lappenpoppen uit de weg gooien.
Chiara is intussen bovenop een brokstuk van de obelisk gesprongen en spant haar boog. Ze probeert overzicht op het gewoel te krijgen, en profiteert van de schokgolven die haar een vrij schootsveld opleveren. Alítih laat intussen haar magie op het lichaam inslaan, en de mannen gaan haar met hun bijlen te lijf, tot er een glimp van de bol zichtbaar wordt. Wanneer Berlinden die in het vizier krijgt, concentreert hij zich. De wilden verandert in een andere, gladdere boomvorm. Met een forse klap weet hij de bol van het lichaam te scheiden en het lichaam valt levenloos op de grond, waar het in een grijze smurrie verandert. Berlinden raapt de bol op en poetst die hoffelijk schoon voor hij hem weer aan Alítih overhandigt.
Na deze bizarre confrontatie is de groep hoognodig toe aan wat rust. Alleen Chiara is te rusteloos om te slapen en zij betrekt dan ook de wacht. Na enkele uren bekruipt de slaap haar echter… of is het geen droom maar een visioen? 

Ze is een soldaat van Vhalt in een escorte van haar heer. Samen met de groep, discreet vertrokken in de nacht, gaat ze naar een bijzonder wild begroeid stuk bos in het hart van Vhalt. Ze stelt zich geen vragen bij het pad dat netjes voor haar heer gevormd wordt door opzijzwaaiende takken en terugwijkende wortels. Het maanlicht komt door de wolken en het gebladerte en vormt een witte kroon rondom hem. Hij gedraagt zich vreemd vanavond, alsof hij hunkert, gehaast is.

Wanneer het visioen haar loslaat, beseft ze dat de edele die ze volgde niemand minder was dan Oristos.

Wanneer iedereen is uitgerust, gaat de tocht weer verder. De groep belandt in een grote hal, verlicht door een indrukwekkende kroonluchter. Twee paar deuren komen erop uit, een ervan ijskoud. Vyrellis moedigt de groep aan om de koude kamer te onderzoeken: daar zouden wapens zijn opgeborgen die hen wel eens van pas kunnen komen.
Chiara trekt de deuren op een kiertje open gluurt voorzichtig binnen. De deur slaat echter open in haar gezicht en vier ijszombies schuifelen naar haar toe. Haar makkers schieten haar meteen te hulp, bijlen zwaaiend en magie paraat… maar Chiara klapt de deur met een gil weer dicht. Na enig overleg wordt besloten om de zombies toch maar te lijf te gaan, maar dan met een weldoordacht plan.
Niet veel later trekt Varlock de deur open en springt achteruit, zorgvuldig het touw vermijdend dat Berlinden en Nazhaar spannen. De zombies hebben dat inzicht niet en de twee voorste vallen meteen op de grond. Dat voordeel wordt echter snel teniet gedaan door de ijselijke kou die de zombies uitwasemen: ze hoeven nog geen klap uit te delen om de groep flinke schade toe te brengen.
Alítih en Chiara staan echter klaar. De tovenares stuurt vurige magie op de ijswezens af en Chiara jaagt brandende pijlen in hun lijf. Eén van de zombies valt meteen neer. Nazhaar spuwt zijn zure drakenadem op de rest en Varlock bonkt links en rechts met zijn schild tot de zombies staan te wankelen. Berlinden hakt een van hen in stukken, en onder de vurige regen van Chiara en Alítih vallen weldra ook de laatste twee.
Varlock, de meest bestendige van de groep, wikkelt zich in een paar dekens en gaat verder op verkenning in de ijskoude kamer. Hij treft er een kluis, die zo mogelijk nog kouder voelt. De nieuwsgierigheid wordt hem echter te machtig en hij roept Nazhaar en Berlinden te hulp. De drakenman voelt zich duidelijk niet prettig in de kou, maar de wilden ziet er vrij onberoerd uit: zijn houtachtige spieren spannen zich nauwelijks wanneer hij het ijzige wiel aan het draaien brengt.
Ze komen oog in oog te staan met een bevroren demon. Wanneer ze goed kijken, zien ze zijn ogen woedend draaien achter het ijs, maar hij kan zich duidelijk niet bewegen zolang hij bevroren is… het is dus zaak hier niet al te lang te blijven staan met de deur open! De groep besluit wijselijk om de demon lekker in het ijs te laten zitten, maar Nazhaar wrikt wel even de bijl los die hem ijzig toefonkelt: zo’n mooi wapen kan hij wel gebruiken…

Achter de tweede deuren wacht hen een subtielere dreiging… van een hele resem trappen drijft een gezang naar beneden dat in eerste instantie lieflijk klinkt, maar hun krachten lijkt weg te branden. Vyrellis waarschuwt de groep dat ze een dryade horen en de dryaden hier allemaal door haar zuster zijn gecorrumpeerd – in de schemersmidse zijn ze niet de goedaardige boomvrouwen die de groep misschien kent.
Chiara is voorzichtig binnengeslopen, maar een brandende dryade komt van de trap naar beneden en braakt een regen as over haar uit. De ranger is verblind en probeert haar ogen schoon te krijgen, terwijl de dryade naar boven vlucht. Berlinden zet haar na, maar de trap begint te beven en keilt hem regelrecht in een diepe put. Nazhaar schiet toe en werpt hem een touw toe. Samen met Varlock weet hij de wilden uit de put te sleuren, terwijl de dryade onverminderd haar brandende lied verderzet.
Alítih teleporteert naderbij en laat haar magie op de dryade inslaan, zodat Chiara de kans krijgt om haar ogen vrij te maken. Met tranende ogen is de ranger echter nog steeds een bijzonder bedreven boogschutter: haar pijlen treffen de ene na de andere vernietigend doel, tot het lied van de dryade begint te haperen. Met haar laatste adem roept ze nog twee bondgenoten aan, maar dan stort ze levenloos neer.
Twee ruwe stemmen zetten een niet al te intelligente discussie op touw: worden ze nu nog geacht naar beneden te gaan of niet?
Chiara roept geruststellend naar boven dat hier niemand is om een gevecht te leveren. Wanneer de rest van de groep dat in koor bevestigt, blijven de twee vredig boven. Zolang maar niemand naar boven komt en probeert door het portaal te gaan...

2 opmerkingen:

  1. De groep heeft door de layout van de trappen, de steen-elementals niet gezien. Er waren twee ruwe stemmen, das al.

    BeantwoordenVerwijderen