Wanneer de groep de kamer van de ondoden nader onderzoekt,
zien ze dat de tafel in de kamer is volgekrast met woorden, zinnen die
eindeloos worden herhaald:
Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoodtarten.Gezegendzijdezielenvanzijdiedereisbeëindigen.Alleswatleeftmoetsterven.Levenisdereisdedoodishetdoel.Geenmedelijdenmetdestervendenzegaanwaarzehoren.Watnietleeftmoetooksterven.Verdoemddezielenvanzijdiededoo
Ze herkennen deze mantra als degene die ook de bezeten ketenkrijgers van de Shadar-Qai bleven prevelen.
Voorzichtig wordt de verkenning van deze verdieping van de
schemersmidse verdergezet. Een kreet van ontzetting en verlangen klinkt uit de
glazen bol in Alítihs hand wanneer ze de volgende kamer betreden. Vier met
runen bezette obelisken genereren een krachtveld dat een lichaam in de lucht
laten zweven: het lichaam van een vrouwelijke eladrin krijger… zonder hoofd.
Vyrellis vraagt hen dringend om haar lichaam te bevrijden: eens ze dat
terugheeft, zal ze hen nog zoveel beter kunnen helpen bij het vernietigen van
haar zus.
Na een mislukte poging om het krachtveld te verstoren met
een schild – wat uitloopt op een zachtjes gegrilde dwerg – besluit de groep om
een obelisk omver te duwen. Dat heeft het gewenste effect: zodra de obelisk in
stukken breekt, worden de spreuken die het krachtveld in stand hielden
verbroken. Het lichaam valt op de grond.
Wanneer Alítih de glazen bol met het hoofd van Vyrellis naar
het lichaam brengt, gebeurt er iets bizars: de bol lijkt naar het lichaam toe
getrokken te worden en landt met een klap in de borst, waar het naarbinnen
verdwijnt. Even later begint het lichaam te bewegen, en de stem van Vyrellis
klinkt eerst tevreden, maar daarna paniekerig. De bewegingen van het lichaam
worden schokkerig, en het wordt duidelijk dat ze het niet onder controle heeft.
De groep kan niet anders dan zich verbijsterd verdedigen wanneer ze door het
hoofdloze lichaam worden aangevallen.
Een vreemd gevecht ontspint zich. Vyrellis tracht de groep
te waarschuwen, telkens wanneer haar lichaam een beroep doet op haar krachten,
maar slaakt ook kreten van pijn wanneer ze geraakt wordt. Varlock, Nazhaar en
Berlinden stormen naar het lichaam toe en proberen het op de grond te werken om
de glazen bol er weer uit te rukken. Het lichaam creëert echter keer op keer
magisch opgewekte schokgolven die hen als lappenpoppen uit de weg gooien.
Chiara is intussen bovenop een brokstuk van de obelisk gesprongen
en spant haar boog. Ze probeert overzicht op het gewoel te krijgen, en
profiteert van de schokgolven die haar een vrij schootsveld opleveren. Alítih
laat intussen haar magie op het lichaam inslaan, en de mannen gaan haar met hun
bijlen te lijf, tot er een glimp van de bol zichtbaar wordt. Wanneer Berlinden
die in het vizier krijgt, concentreert hij zich. De wilden verandert in een
andere, gladdere boomvorm. Met een forse klap weet hij de bol van het lichaam
te scheiden en het lichaam valt levenloos op de grond, waar het in een grijze
smurrie verandert. Berlinden raapt de bol op en poetst die hoffelijk schoon
voor hij hem weer aan Alítih overhandigt.
Na deze bizarre confrontatie is de groep hoognodig toe aan
wat rust. Alleen Chiara is te rusteloos om te slapen en zij betrekt dan ook de
wacht. Na enkele uren bekruipt de slaap haar echter… of is het geen droom maar
een visioen?
Wanneer het visioen haar loslaat, beseft ze dat de edele die ze volgde niemand minder was dan Oristos.
Ze is een soldaat van Vhalt
in een escorte van haar heer. Samen met de groep, discreet vertrokken in
de nacht, gaat ze naar een bijzonder wild begroeid stuk bos in het hart
van Vhalt. Ze stelt zich geen vragen bij het pad dat netjes voor haar heer gevormd wordt door opzijzwaaiende
takken en terugwijkende wortels. Het maanlicht komt door de wolken en
het gebladerte en vormt een witte kroon rondom hem. Hij gedraagt zich
vreemd vanavond, alsof hij hunkert, gehaast is.
Wanneer het visioen haar loslaat, beseft ze dat de edele die ze volgde niemand minder was dan Oristos.
Wanneer iedereen is uitgerust, gaat de tocht weer verder. De
groep belandt in een grote hal, verlicht door een indrukwekkende kroonluchter.
Twee paar deuren komen erop uit, een ervan ijskoud. Vyrellis moedigt de groep
aan om de koude kamer te onderzoeken: daar zouden wapens zijn opgeborgen die
hen wel eens van pas kunnen komen.
Chiara trekt de deuren op een kiertje open gluurt
voorzichtig binnen. De deur slaat echter open in haar gezicht en vier
ijszombies schuifelen naar haar toe. Haar makkers schieten haar meteen te hulp,
bijlen zwaaiend en magie paraat… maar Chiara klapt de deur met een gil weer
dicht. Na enig overleg wordt besloten om de zombies toch maar te lijf te gaan,
maar dan met een weldoordacht plan.
Niet veel later trekt Varlock de deur open en springt
achteruit, zorgvuldig het touw vermijdend dat Berlinden en Nazhaar spannen. De zombies
hebben dat inzicht niet en de twee voorste vallen meteen op de grond. Dat voordeel
wordt echter snel teniet gedaan door de ijselijke kou die de zombies
uitwasemen: ze hoeven nog geen klap uit te delen om de groep flinke schade toe
te brengen.
Alítih en Chiara staan echter klaar. De tovenares stuurt
vurige magie op de ijswezens af en Chiara jaagt brandende pijlen in hun lijf.
Eén van de zombies valt meteen neer. Nazhaar spuwt zijn zure drakenadem op de
rest en Varlock bonkt links en rechts met zijn schild tot de zombies staan te
wankelen. Berlinden hakt een van hen in stukken, en onder de vurige regen van
Chiara en Alítih vallen weldra ook de laatste twee.
Varlock, de meest bestendige van de groep, wikkelt zich in
een paar dekens en gaat verder op verkenning in de ijskoude kamer. Hij treft er
een kluis, die zo mogelijk nog kouder voelt. De nieuwsgierigheid wordt hem
echter te machtig en hij roept Nazhaar en Berlinden te hulp. De drakenman voelt
zich duidelijk niet prettig in de kou, maar de wilden ziet er vrij onberoerd
uit: zijn houtachtige spieren spannen zich nauwelijks wanneer hij het ijzige
wiel aan het draaien brengt.
Ze komen oog in oog te staan met een bevroren demon. Wanneer
ze goed kijken, zien ze zijn ogen woedend draaien achter het ijs, maar hij kan
zich duidelijk niet bewegen zolang hij bevroren is… het is dus zaak hier niet
al te lang te blijven staan met de deur open! De groep besluit wijselijk om de
demon lekker in het ijs te laten zitten, maar Nazhaar wrikt wel even de bijl
los die hem ijzig toefonkelt: zo’n mooi wapen kan hij wel gebruiken…
Achter de tweede deuren wacht hen een subtielere dreiging…
van een hele resem trappen drijft een gezang naar beneden dat in eerste
instantie lieflijk klinkt, maar hun krachten lijkt weg te branden. Vyrellis
waarschuwt de groep dat ze een dryade horen en de dryaden hier allemaal door
haar zuster zijn gecorrumpeerd – in de schemersmidse zijn ze niet de
goedaardige boomvrouwen die de groep misschien kent.
Chiara is voorzichtig binnengeslopen, maar een brandende
dryade komt van de trap naar beneden en braakt een regen as over haar uit. De
ranger is verblind en probeert haar ogen schoon te krijgen, terwijl de dryade
naar boven vlucht. Berlinden zet haar na, maar de trap begint te beven en keilt
hem regelrecht in een diepe put. Nazhaar schiet toe en werpt hem een touw toe.
Samen met Varlock weet hij de wilden uit de put te sleuren, terwijl de dryade
onverminderd haar brandende lied verderzet.
Alítih teleporteert naderbij en laat haar magie op de dryade
inslaan, zodat Chiara de kans krijgt om haar ogen vrij te maken. Met tranende
ogen is de ranger echter nog steeds een bijzonder bedreven boogschutter: haar
pijlen treffen de ene na de andere vernietigend doel, tot het lied van de
dryade begint te haperen. Met haar laatste adem roept ze nog twee bondgenoten
aan, maar dan stort ze levenloos neer.
Twee ruwe stemmen zetten een niet al te intelligente discussie op touw: worden ze nu nog geacht naar beneden te gaan of niet?
Twee ruwe stemmen zetten een niet al te intelligente discussie op touw: worden ze nu nog geacht naar beneden te gaan of niet?
Chiara roept geruststellend naar boven dat hier niemand is om een gevecht te
leveren. Wanneer de rest van de groep dat in koor bevestigt, blijven de twee vredig boven. Zolang maar niemand naar boven komt en probeert door het portaal te gaan...


De groep heeft door de layout van de trappen, de steen-elementals niet gezien. Er waren twee ruwe stemmen, das al.
BeantwoordenVerwijderenAangepast!
Verwijderen