Ook de rest van de groep, die zich bij haar voegt, probeert zich te weer te stellen tegen de gnoompygmeeën. Varlock slaagt erin om Nadhar bij te brengen, maar die wordt meteen opnieuw getroffen. Hij weet echter nog net Chiara te smeken om haar zielenvuur. Wanneer ook Alítih getroffen wordt en als een koud hoopje ellende op de bosvloer belandt, weet Chiara dat ze iéts moet doen. Ze concentreert zich op de aanwezigheid van Omayenko, en weet haar drakengeleidegeest zo te kanaliseren dat ze het vuur beheerst kan doorgeven en de kille bewusteloosheid verdrijven.
Nadhar slingert bliksems in het rond, Varlock maait pygmeeën neer met zijn bijl, en Chiara laat haar pijlen vliegen. Er lijken echter steeds meer gnomen uit bomen en struikgewas op te duiken, en hun pijltjes zoemen als muskieten.
Hij volgt de groep ogres op de voet, maar wordt opgemerkt door Tolvuul, de telepatische leider van de groep. Nazhaar weet hem er echter van te overtuigen dat hij met hem wil meewerken. Die gaat daar prompt op in met de opdracht Chiara te grijpen en naar hem toe te brengen.
Tolvuul komt zich erin mengen, en dreigt haar op een andere manier te overhalen. Vanonder zijn kap komen dreigende tentakels die zich uitstrekken naar haar rosse krullen. Ze tast meteen naar haar zwaard, en verdedigt haar keuzevrijheid woedend.
Nazhaar maakt gebruik van de afleiding om zich tussen de ogres te mengen, en weet op de een of andere mysterieuze manier de vorm van hun leider Tolvuul aan te nemen. Hij weet de ogres lang genoeg om de tuin te leiden om hen de kist aan boord van de Tao te laten brengen.
Nadhar verklaart inmiddels dat Chiara hem geen keuze laat, en maakt zich op om haar met bliksemende kettingen aan te vallen. Chiara, ontsteld maar niet verslagen, beantwoordt dat meteen met het vuur van haar zwaard. Tolvuul wordt bestookt door Varlock en de gnomen, en besluit uiteindelijk dat dit geen zin heeft. ‘Deze missie is mislukt’, verklaart hij kortaf, en geeft het sein tot terugtrekken.
Chiara, die Nadhar ernstig heeft weten te verwonden, blijft hijgend en verward achter, wanneer Nadhar zich in de lucht verheft op zijn stormkracht. Hij werpt nog een spijtige blik op haar – ‘het had zo anders kunnen zijn’ – en verdwijnt snel als de bliksem in de verte…