donderdag 24 augustus 2017

Hoofdstuk 31

Chiara is de eerste die binnenstormt en Varlock vastgeketend ziet hangen, vlak voor een bewegingloze smedeling. Een wezen met gloeiende gewrichten bewerkt hem met een vurige hamer, alsof hij een stuk metaal op een aambeeld is. De dwerg schreeuwt gekweld, alsof niet alleen zijn lichaam, maar ook zijn ziel lijdt.
Het wezen draait zich naar de groep en stelt zich dreigend voor als Haestos, het vuur van de smidse. En in dat vuur zal Varlock hersmeed worden.
De groep aarzelt niet en valt aan. Chiara’s pijlen vliegen al snel en Berlinden stormt op Haestos af. Halverwege beseft hij dat de grond onder zijn voeten uit koudijzer bestaat, maar ondanks de kwelling daarvan zet hij door en weet Haestos lang genoeg bezig te houden opdat Nazhaar Varlock kan losmaken. De vuurgeest verweert zich met zijn gloeiende hamer, en vuurt schichten van gesmolten metaal af. Chiara wordt geraakt, maar schudt het gesmolten metaal van zich af en schiet onverdroten verder. Varlock heeft niet lang nodig om zich te herstellen: hij grist het schild van de levenloze smedeling weg en verkoopt Haestos er een gigantische klap mee.
Terwijl de groep de vuurgeest in het nauw drijft, ziet Alítih uit haar ooghoek een vaag menselijke vrouw van metaal met Varlocks hamer uit een deur komen. Het lijkt erop dat ze Haestos iets komt vragen, maar zodra ze de strijdende partijen ziet, kiest ze snel het hazenpad.
Intussen lijkt Nazhaar zijn verstand te verliezen: hij stort zich op Berlinden, die hem net op tijd weet te ontwijken, en daarna een verpletterende klap op de vuurgeest landt: het is afgelopen met Haestos. Op hetzelfde moment voelt hij dat nog een van de namen die op zijn ribben is gebrand verdwijnt… en zijn borstkas wordt bedekt met de illusie van die van een mens.

Chiara gaat op zoek naar de oorzaak van Nazhaars verwarring – het is niet de eerste keer dat de groep een vreemde invloed voelt – en vindt een soort brein dat in een groene lamp drijft. Ze jaagt er haar pijlen door en weet af te rekenen met de bron van de dwingende agressieve hypnose.

Wanneer Varlock van Alítih hoort dat iemand er met zijn hamer vandoor is, wil hij meteen de achtervolging inzetten.
Ze komen terecht in een kamer vol apparaten en lichtgevende dingen, met aan het eind een gordijn. Berlinden wijst schemata aan: de plannen voor het maken van smedelingen, maar wordt dan afgeleid door twee kleine robotjes met mesarmen. Hij rent erop af, maar onverhoeds valt een metalen net op de wilden en verstrikt hem. Hij slaat wild om zich heen, maar kan zich niet bevrijden, terwijl de robotjes op hem afstormen.
Varlock houdt, ondanks zijn vurige ervaring, het hoofd koel. De prins der dwergen heeft wel vaker gereedschap gehanteerd, en in een kamer als deze moet wel iets nuttigs te vinden zijn. Fluks trekt hij een draadschaar van de muur, snelt naar Berlinden die gevangen zit als een vlieg in een web, en begint het net eenvoudigweg door te knippen. Terwijl Alítih en Nazhaar hem rugdekking geven, weet hij een opgeluchte Berlinden te bevrijden.
Het blijkt niet het laatste obstakel: de groep moet zich ook nog langs vallende messen weten te werken, maar komt uiteindelijk dan toch bij het zwarte gordijn. Berlinden ontdekt een teleportatiecirkel, die Alítih identificeert als plaatselijk: geen ontsnapping uit de schemersmidse. Varlock vindt een deur die naar een werkruimte leidt, en een soort zwart gordijn, maar vindt het dan welletjes. Nu het even rustig is, herinnert hij zich weer de gevangen dwergen: hij moet ze gaan bevrijden, zijn hamer kan wel wachten tot zij veilig zijn!
De dwergen, die sinds de vernietiging van het giftige brein hun wilskracht weer terug hebben, zijn Varlock intens dankbaar – hij heeft zijn reputatie waargemaakt! Ze waarschuwen echter dat de helft van hen nog steeds ergens gevangen moet zitten. Varlock deelt links en rechts bier uit en belooft dat hij de ontbrekende groep zal zoeken en er alles aan zal doen om hen in veiligheid te brengen.

Nazhaar wordt ongedurig bij deze uitwisselingen en gaat opnieuw de kamer in waar Varlock gevangen zat. Wanneer hij op verkenning gaat, stort er ineens een stuk vloer naar beneden. Diep onder zich ziet hij een huiveringwekkend beeld: een Ketel van Grauwe Oogst.
Smedelingen, gealarmeerd door dit lawaai, komen toegestroomd, onder hen zwaargewapende warforged. Ze storten zich op Nazhaar, die gelukkig snel versterking krijgt. Een verwoed gevecht ontspint zich. Nazhaar ontdekt verderop putten, waarin nog meer dwergen gevangen zitten, en de ex-kapitein aarzelt niet: hij slingert hen meteen een van zijn touwen toe om ze eruit te trekken. Wanneer hij te hard bestookt wordt, heeft hij echter geen andere keus dan zich in een van de putten te laten vallen. Een smedeling springt hem achterna en een moordend duel vindt plaats.
Varlock is intussen naar een andere put gesneld en springt er zonder aarzelen in om de dwergen daarin bij te staan. Dat laat Berlinden, Chiara en Alítih over om zich teweer te stellen tegen de rest van de smedelingen, die maar blijven oprukken.
Dan krijgen ze hulp uit onverwachte hoek: de eerder bevrijde dwergen hebben hun eigen smeedkunsten gebruikt om in de werkkamer kleine vliegende apparaatjes te maken, die als giftige wespen op de smedelingen neerdalen. Het tij keert, en de groep weet af te rekenen met de metalen dreiging.

Alítih keert terug naar het zwarte gordijn dat zo anders voelde dan de andere, om het nader te onderzoeken. Ze staart in schok naar een beeld dat in de verte daarin opdoemt: een leger van warforged dat zich in de verte uitstrekt. In hun midden: een rossige schemering…

1 opmerking: