Chiara is de eerste die binnenstormt en Varlock vastgeketend
ziet hangen, vlak voor een bewegingloze smedeling. Een wezen met gloeiende
gewrichten bewerkt hem met een vurige hamer, alsof hij een stuk metaal op een
aambeeld is. De dwerg schreeuwt gekweld, alsof niet alleen zijn lichaam, maar
ook zijn ziel lijdt.
Het wezen draait zich naar de groep en stelt zich dreigend
voor als Haestos, het vuur van de smidse. En in dat vuur zal Varlock hersmeed
worden.
De groep aarzelt niet en valt aan. Chiara’s pijlen vliegen
al snel en Berlinden stormt op Haestos af. Halverwege beseft hij dat de grond
onder zijn voeten uit koudijzer bestaat, maar ondanks de kwelling daarvan zet
hij door en weet Haestos lang genoeg bezig te houden opdat Nazhaar Varlock kan
losmaken. De vuurgeest verweert zich met zijn gloeiende hamer, en vuurt
schichten van gesmolten metaal af. Chiara wordt geraakt, maar schudt het
gesmolten metaal van zich af en schiet onverdroten verder. Varlock heeft niet
lang nodig om zich te herstellen: hij grist het schild van de levenloze
smedeling weg en verkoopt Haestos er een gigantische klap mee.
Terwijl de groep de vuurgeest in het nauw drijft, ziet
Alítih uit haar ooghoek een vaag menselijke vrouw van metaal met Varlocks hamer uit een deur komen. Het lijkt erop dat ze Haestos iets komt vragen, maar zodra ze de strijdende partijen ziet, kiest ze snel het hazenpad.
Intussen lijkt Nazhaar zijn verstand te verliezen: hij stort
zich op Berlinden, die hem net op tijd weet te ontwijken, en daarna een
verpletterende klap op de vuurgeest landt: het is afgelopen met Haestos. Op
hetzelfde moment voelt hij dat nog een van de namen die op zijn ribben is
gebrand verdwijnt… en zijn borstkas wordt bedekt met de illusie van die van een
mens.
Chiara gaat op zoek naar de oorzaak van Nazhaars verwarring
– het is niet de eerste keer dat de groep een vreemde invloed voelt – en vindt
een soort brein dat in een groene lamp drijft. Ze jaagt er haar pijlen door en
weet af te rekenen met de bron van de dwingende agressieve hypnose.
Wanneer Varlock van Alítih hoort dat iemand er met zijn hamer vandoor
is, wil hij meteen de achtervolging inzetten.
Ze komen terecht in een kamer vol apparaten en lichtgevende
dingen, met aan het eind een gordijn. Berlinden wijst schemata aan: de plannen
voor het maken van smedelingen, maar wordt dan afgeleid door twee kleine
robotjes met mesarmen. Hij rent erop af, maar onverhoeds valt een metalen net
op de wilden en verstrikt hem. Hij slaat wild om zich heen, maar kan zich niet
bevrijden, terwijl de robotjes op hem afstormen.
Varlock houdt, ondanks zijn vurige ervaring, het hoofd koel.
De prins der dwergen heeft wel vaker gereedschap gehanteerd, en in een kamer
als deze moet wel iets nuttigs te vinden zijn. Fluks trekt hij een draadschaar
van de muur, snelt naar Berlinden die gevangen zit als een vlieg in een web, en
begint het net eenvoudigweg door te knippen. Terwijl Alítih en Nazhaar hem
rugdekking geven, weet hij een opgeluchte Berlinden te bevrijden.
Het blijkt niet het laatste obstakel: de groep moet zich ook
nog langs vallende messen weten te werken, maar komt uiteindelijk dan toch bij
het zwarte gordijn. Berlinden ontdekt een teleportatiecirkel, die Alítih
identificeert als plaatselijk: geen ontsnapping uit de schemersmidse. Varlock
vindt een deur die naar een werkruimte leidt, en een soort zwart gordijn, maar
vindt het dan welletjes. Nu het even rustig is, herinnert hij zich weer de
gevangen dwergen: hij moet ze gaan bevrijden, zijn hamer kan wel wachten tot
zij veilig zijn!
De dwergen, die sinds de vernietiging van het giftige brein
hun wilskracht weer terug hebben, zijn Varlock intens dankbaar – hij heeft zijn
reputatie waargemaakt! Ze waarschuwen echter dat de helft van hen nog steeds
ergens gevangen moet zitten. Varlock deelt links en rechts bier uit en belooft
dat hij de ontbrekende groep zal zoeken en er alles aan zal doen om hen in
veiligheid te brengen.
Nazhaar wordt ongedurig bij deze uitwisselingen en gaat
opnieuw de kamer in waar Varlock gevangen zat. Wanneer hij op verkenning gaat,
stort er ineens een stuk vloer naar beneden. Diep onder zich ziet hij een
huiveringwekkend beeld: een Ketel van Grauwe Oogst.
Smedelingen, gealarmeerd door dit lawaai, komen toegestroomd,
onder hen zwaargewapende warforged. Ze storten zich op Nazhaar, die gelukkig
snel versterking krijgt. Een verwoed gevecht ontspint zich. Nazhaar ontdekt
verderop putten, waarin nog meer dwergen gevangen zitten, en de ex-kapitein
aarzelt niet: hij slingert hen meteen een van zijn touwen toe om ze eruit te
trekken. Wanneer hij te hard bestookt wordt, heeft hij echter geen andere keus
dan zich in een van de putten te laten vallen. Een smedeling springt hem achterna
en een moordend duel vindt plaats.
Varlock is intussen naar een andere put gesneld en springt
er zonder aarzelen in om de dwergen daarin bij te staan. Dat laat Berlinden,
Chiara en Alítih over om zich teweer te stellen tegen de rest van de
smedelingen, die maar blijven oprukken.
Dan krijgen ze hulp uit onverwachte hoek: de eerder bevrijde
dwergen hebben hun eigen smeedkunsten gebruikt om in de werkkamer kleine
vliegende apparaatjes te maken, die als giftige wespen op de smedelingen
neerdalen. Het tij keert, en de groep weet af te rekenen met de metalen
dreiging.
Alítih keert terug naar het zwarte gordijn dat zo anders
voelde dan de andere, om het nader te onderzoeken. Ze staart in schok naar een
beeld dat in de verte daarin opdoemt: een leger van warforged dat zich in de
verte uitstrekt. In hun midden: een rossige schemering…
'Het tij keert'...
BeantwoordenVerwijderenFáelán zou zo trots zijn... :'-)