Het nieuwe bewind pakt gunstig uit voor het eiland. Irindol
eist Tribuut op een merkwaardige manier: hij wil geen schatten of goud. De
Ambitieuze wenst dat zijn eiland glanst van welvarendheid en wil dus
verwezenlijkingen zien. Herstellingen worden dan ook meteen aangevat.
Het lijkt alsof deze milde wind meteen wordt opgesnoven door
onverwachte inwijkelingen: Irindol krijgt een grote toestroom van dwergen te
verwerken. Binnen de kortste keren verrijst vlakbij Waterzooi het stadje
Steenslag. Chiara merkt dat haar trouwste stamgast, Varlock, meer dan eens door
een van deze nieuwe bewoners van het eiland benaderd wordt. Onveranderd leggen
ze hem de plannen voor een of ander bouwwerk voor. Oppervlakkig zijn deze
gesprekjes heel vrijblijvend. In de praktijk verrijzen de projecten die door
hem met goedgunstig oog bezien werden, sneller dan de andere.
Enkele weken nadat Irindol zich geïnstalleerd heeft als
heerser van het eiland roept hij de groep die hem heeft geassisteerd met de
machtsovername bij zich. Hij benoemt hen tot zijn ambassadeurs en verlangt dat
ze de naburige heersers met een geschenk gaan opzoeken.
Na enig overleg besluit de groep om Marzark de Kunstzinnige
gunstig te stemmen met een juwelenset die haar rode pracht extra in de verf
zet. Ze neemt het geschenk goedgehumeurd in ontvangst en beziet de avonturiers
met welgevallig oog. Haar investering met de rode schub belooft nog beter te
gaan worden dat ze al voorzien had.
Voor Estaol kost het wat meer hoofdbrekens. Chiara komt
echter met het idee om de muziekliefhebbende draak te vergasten op een concert.
Maar waar toveren ze zo gauw muzikanten vandaan die de verfijnde smaak van
Estaol zullen bekoren? Een wedstrijd wordt uitgeschreven. De aankondiging lokt
bedroevend weinig musici met enig niveau. Al helemaal niet van het eiland
Estaol zelf: daarvandaan is niet één mededinger gekomen. Merkwaardig… de groep
besluit om dit eens nader uit te pluizen.
Op Estaol worden hun vragen met veel gesis tot zwijgen
gebracht. Het duurt enige tijd voor ze, met een beroep op de herinnering aan
hun weldaden voor de inwoners tijdens de orc-invasie, voldoende vertrouwen
hebben gewonnen om de oorzaak te achterhalen. Estaol eist als Tribuut jaarlijks
een concert… waarna hij de onfortuinlijke muzikant opvreet. Musici zijn er al
lang niet meer onder de bewoners, dus het is elk jaar moeilijker geworden om
het Tribuut op te brengen. De groep wordt hartelijk bedankt voor hun bijdrage
bij het ontraadselen van het geheim van de gezonken schepen: aangezien de
beloning daarvoor is toegevallen aan het eiland Estaol, heeft het keizerrijk
dit jaar een troubadour gestuurd.
Chiara hoort het lichtjes ontdaan aan. Haar mooie plan van
het concert doet ze meteen de deur uit: ze is niet van plan om een orkest aan
een draak te voeren. Nazhaar komt met een alternatief plan: misschien kunnen ze
een bijzonder muziekinstrument laten creëren voor de draak? Iedereen kijkt
verrast naar Chiara wanneer die monter oppert dat ze daar misschien de botten
van Khesh voor kunnen gebruiken. Maar gezien Estaols relatie met Khesh klinkt
dat plan zo gek nog niet, en de groep zet het door.
Met een rasecht drakenbotten-windorgel onder hun arm
vertrekt de groep enige tijd later naar Estaols verblijfplaats. Daar aangekomen
is het onrustbarend stil. Overal zijn vernietigingen te zien: sculpturen en
muziekinstrumenten zijn moedwillig en zorgvuldig aan stukken geslagen. Khesh
heeft hier goed huisgehouden. De hoop dat het geschenk in goede aarde zal
vallen, krijgt vastere vorm.
Bij de poort aangekomen, blijkt kloppen niet veel zin te
hebben. Het duurt enige tijd voor duidelijk wordt dat een muzikale puzzel de
deuren bedient. Grote stenen rollen vormen een reusachtig instrument dat op de
juiste manier bespeeld moet worden. Gelukkig is de groep voor geen kleintje
vervaard. Zelfs een koortje met een drakenmanbariton en een dwergenbas is er
niet te veel aan.
Een laatste toegangsdeur blijkt gebarricadeerd. Voor die
geforceerd kan worden, klinkt het gepijnigde gebrul van een draak op, gevolgd
door het wrede lachen van orcs. Bij de deur zijn weggeworpen orc-wapens te
vinden, en het is overduidelijk dat het orcprobleem van de archipel nog niet
helemaal de kop is ingedrukt. Alítih kijkt met gepaste bewondering toe hoe de
rest van de groep hun schouder tegen de deur gooit, en de groep tuimelt binnen.
Daar worden ze opgevangen door een troep orcs en hoge,
bliksem afvurende pilaren. Alítih en Varlock schieten meteen richting de
pilaren, die gloeiende schichten vernietiging in de groep spuwen. Terwijl de
dwerg zich schrap zet en poogt om de eerste omver te duwen, sprint de tovenares
richting een bedieningspaneel. Ze worden gedekt door Berlinden, die op de
orc-hoofdman afstormt, Nazhaar die zijn drietand slingert en zijn drakenadem
over aanstormende orcs spuwt en Chiara, die de pilaren peinzend bekijkt, maar
besluit dat daarin klimmen geen goed idee is – ze schiet haar pijlen dan maar
vanop de begane grond.
Wanneer Alítih omsingeld wordt door orcs, ziet het ernaar
uit dat ze haar inspanningen om de bliksemende pilaren onschadelijk te maken,
zal moeten opgeven. Varlock schiet haar echter meteen te hulp. Hij weet de orcs
met het nodige vertoon naar zich toe te trekken, maar wordt dan op zijn beurt
overspoeld. Chiara vuurt onvermoeibaar pijlen af op de orc-hoofdman, maar die
trekt zich strategisch terug achter een hoek. Nazhaar ziet zich verplicht om
zijn aanvallen tijdelijk te staken en zijn door bliksem getekende strijdmakkers
heling te komen bieden. Twee sjamanen storten zich ook nog eens in de strijd en
gooien destructieve vloeken richting hun tegenstanders.
Dan slaagt Alítih er eindelijk in om de bliksemende pilaren
uit te schakelen en de groep rukt voorwaarts op. De orcleider probeert de benen
te nemen, maar Berlinden zet hem na en verstrikt hem in houtige wortels die uit
hem voortspruiten. Een sjamaan probeert hem in de rug aan te vallen, maar
Nazhaar grijpt koelbloedig in en hakt met zijn bijl dat plan aan stukken.
De orcleider danst uitdagend de rug van de gepijnigde,
woedende blauwe draak op, die vastgenageld ligt boven een groot gat in de vloer.
Hij wordt echter door Berlinden en Nazhaar in het nauw gedreven en wanneer
Chiara tevoorschijn springt en een pijl door zijn schouder jaagt, stort de orc
naar beneden, zijn dood tegemoet. In de achtergrond horen ze nog de laatste
doodskreten van de orcs die zich op Varlock hadden gestort, zich onbewust van het
feit dat het hun laatste daad zou zijn.
Na enige gefluisterde tegenstand van Chiara, die vindt dat
een draak die musici opvreet misschien maar beter in stilte afgemaakt kan
worden, besluit de groep toch maar om Estaol los te maken. Ze onderhandelen echter
diplomatisch over een nieuwe invulling van het jaarlijkse Tribuut en weten ook
het leven van de keizerlijke muzikant te bekomen, als teken van Estaols
dankbaarheid. Varlock vertrekt tevreden: hij heeft toestemming gekregen om de
bliksemende pilaren mee te nemen. Hij wil ze graag in Steenslag oprichten, als
zijn bijdrage aan de oprijzende dwergenstad.
Op Irindol krijgt de dwergengemeenschap inderdaad steeds
vastere vorm. Er is een hospitaal gebouwd, er wordt gewerkt aan een brug tussen
de drie eilanden van de archipel, er zijn graanschuren gebouwd en er wordt
gegraven in de oude mijn. Dat laatste heeft ongewenste gevolgen: loslippige
gravers laten her en der vallen dat ze op onvermoede rijkdommen zijn gestuit,
en dat trekt de nodige aandacht…
Nazhaar heeft een blauwe schub (zijn derde) bekomen.
BeantwoordenVerwijderen