zondag 19 februari 2017

Hoofdstuk 23

Het nieuwe bewind pakt gunstig uit voor het eiland. Irindol eist Tribuut op een merkwaardige manier: hij wil geen schatten of goud. De Ambitieuze wenst dat zijn eiland glanst van welvarendheid en wil dus verwezenlijkingen zien. Herstellingen worden dan ook meteen aangevat.
Het lijkt alsof deze milde wind meteen wordt opgesnoven door onverwachte inwijkelingen: Irindol krijgt een grote toestroom van dwergen te verwerken. Binnen de kortste keren verrijst vlakbij Waterzooi het stadje Steenslag. Chiara merkt dat haar trouwste stamgast, Varlock, meer dan eens door een van deze nieuwe bewoners van het eiland benaderd wordt. Onveranderd leggen ze hem de plannen voor een of ander bouwwerk voor. Oppervlakkig zijn deze gesprekjes heel vrijblijvend. In de praktijk verrijzen de projecten die door hem met goedgunstig oog bezien werden, sneller dan de andere.

Enkele weken nadat Irindol zich geïnstalleerd heeft als heerser van het eiland roept hij de groep die hem heeft geassisteerd met de machtsovername bij zich. Hij benoemt hen tot zijn ambassadeurs en verlangt dat ze de naburige heersers met een geschenk gaan opzoeken.
Na enig overleg besluit de groep om Marzark de Kunstzinnige gunstig te stemmen met een juwelenset die haar rode pracht extra in de verf zet. Ze neemt het geschenk goedgehumeurd in ontvangst en beziet de avonturiers met welgevallig oog. Haar investering met de rode schub belooft nog beter te gaan worden dat ze al voorzien had.
Voor Estaol kost het wat meer hoofdbrekens. Chiara komt echter met het idee om de muziekliefhebbende draak te vergasten op een concert. Maar waar toveren ze zo gauw muzikanten vandaan die de verfijnde smaak van Estaol zullen bekoren? Een wedstrijd wordt uitgeschreven. De aankondiging lokt bedroevend weinig musici met enig niveau. Al helemaal niet van het eiland Estaol zelf: daarvandaan is niet één mededinger gekomen. Merkwaardig… de groep besluit om dit eens nader uit te pluizen.
Op Estaol worden hun vragen met veel gesis tot zwijgen gebracht. Het duurt enige tijd voor ze, met een beroep op de herinnering aan hun weldaden voor de inwoners tijdens de orc-invasie, voldoende vertrouwen hebben gewonnen om de oorzaak te achterhalen. Estaol eist als Tribuut jaarlijks een concert… waarna hij de onfortuinlijke muzikant opvreet. Musici zijn er al lang niet meer onder de bewoners, dus het is elk jaar moeilijker geworden om het Tribuut op te brengen. De groep wordt hartelijk bedankt voor hun bijdrage bij het ontraadselen van het geheim van de gezonken schepen: aangezien de beloning daarvoor is toegevallen aan het eiland Estaol, heeft het keizerrijk dit jaar een troubadour gestuurd.
Chiara hoort het lichtjes ontdaan aan. Haar mooie plan van het concert doet ze meteen de deur uit: ze is niet van plan om een orkest aan een draak te voeren. Nazhaar komt met een alternatief plan: misschien kunnen ze een bijzonder muziekinstrument laten creëren voor de draak? Iedereen kijkt verrast naar Chiara wanneer die monter oppert dat ze daar misschien de botten van Khesh voor kunnen gebruiken. Maar gezien Estaols relatie met Khesh klinkt dat plan zo gek nog niet, en de groep zet het door.

Met een rasecht drakenbotten-windorgel onder hun arm vertrekt de groep enige tijd later naar Estaols verblijfplaats. Daar aangekomen is het onrustbarend stil. Overal zijn vernietigingen te zien: sculpturen en muziekinstrumenten zijn moedwillig en zorgvuldig aan stukken geslagen. Khesh heeft hier goed huisgehouden. De hoop dat het geschenk in goede aarde zal vallen, krijgt vastere vorm.
Bij de poort aangekomen, blijkt kloppen niet veel zin te hebben. Het duurt enige tijd voor duidelijk wordt dat een muzikale puzzel de deuren bedient. Grote stenen rollen vormen een reusachtig instrument dat op de juiste manier bespeeld moet worden. Gelukkig is de groep voor geen kleintje vervaard. Zelfs een koortje met een drakenmanbariton en een dwergenbas is er niet te veel aan.
Een laatste toegangsdeur blijkt gebarricadeerd. Voor die geforceerd kan worden, klinkt het gepijnigde gebrul van een draak op, gevolgd door het wrede lachen van orcs. Bij de deur zijn weggeworpen orc-wapens te vinden, en het is overduidelijk dat het orcprobleem van de archipel nog niet helemaal de kop is ingedrukt. Alítih kijkt met gepaste bewondering toe hoe de rest van de groep hun schouder tegen de deur gooit, en de groep tuimelt binnen.
Daar worden ze opgevangen door een troep orcs en hoge, bliksem afvurende pilaren. Alítih en Varlock schieten meteen richting de pilaren, die gloeiende schichten vernietiging in de groep spuwen. Terwijl de dwerg zich schrap zet en poogt om de eerste omver te duwen, sprint de tovenares richting een bedieningspaneel. Ze worden gedekt door Berlinden, die op de orc-hoofdman afstormt, Nazhaar die zijn drietand slingert en zijn drakenadem over aanstormende orcs spuwt en Chiara, die de pilaren peinzend bekijkt, maar besluit dat daarin klimmen geen goed idee is – ze schiet haar pijlen dan maar vanop de begane grond.
Wanneer Alítih omsingeld wordt door orcs, ziet het ernaar uit dat ze haar inspanningen om de bliksemende pilaren onschadelijk te maken, zal moeten opgeven. Varlock schiet haar echter meteen te hulp. Hij weet de orcs met het nodige vertoon naar zich toe te trekken, maar wordt dan op zijn beurt overspoeld. Chiara vuurt onvermoeibaar pijlen af op de orc-hoofdman, maar die trekt zich strategisch terug achter een hoek. Nazhaar ziet zich verplicht om zijn aanvallen tijdelijk te staken en zijn door bliksem getekende strijdmakkers heling te komen bieden. Twee sjamanen storten zich ook nog eens in de strijd en gooien destructieve vloeken richting hun tegenstanders.
Dan slaagt Alítih er eindelijk in om de bliksemende pilaren uit te schakelen en de groep rukt voorwaarts op. De orcleider probeert de benen te nemen, maar Berlinden zet hem na en verstrikt hem in houtige wortels die uit hem voortspruiten. Een sjamaan probeert hem in de rug aan te vallen, maar Nazhaar grijpt koelbloedig in en hakt met zijn bijl dat plan aan stukken.
De orcleider danst uitdagend de rug van de gepijnigde, woedende blauwe draak op, die vastgenageld ligt boven een groot gat in de vloer. Hij wordt echter door Berlinden en Nazhaar in het nauw gedreven en wanneer Chiara tevoorschijn springt en een pijl door zijn schouder jaagt, stort de orc naar beneden, zijn dood tegemoet. In de achtergrond horen ze nog de laatste doodskreten van de orcs die zich op Varlock hadden gestort, zich onbewust van het feit dat het hun laatste daad zou zijn.

Na enige gefluisterde tegenstand van Chiara, die vindt dat een draak die musici opvreet misschien maar beter in stilte afgemaakt kan worden, besluit de groep toch maar om Estaol los te maken. Ze onderhandelen echter diplomatisch over een nieuwe invulling van het jaarlijkse Tribuut en weten ook het leven van de keizerlijke muzikant te bekomen, als teken van Estaols dankbaarheid. Varlock vertrekt tevreden: hij heeft toestemming gekregen om de bliksemende pilaren mee te nemen. Hij wil ze graag in Steenslag oprichten, als zijn bijdrage aan de oprijzende dwergenstad.
Op Irindol krijgt de dwergengemeenschap inderdaad steeds vastere vorm. Er is een hospitaal gebouwd, er wordt gewerkt aan een brug tussen de drie eilanden van de archipel, er zijn graanschuren gebouwd en er wordt gegraven in de oude mijn. Dat laatste heeft ongewenste gevolgen: loslippige gravers laten her en der vallen dat ze op onvermoede rijkdommen zijn gestuit, en dat trekt de nodige aandacht…